top of page

Het Rantsoen van het Paard: Het Belang van Verschillende Vormen van Energie

Een rantsoen wordt opgesteld aan de hand van de dagelijkse voedingsbehoeften van het paard. Om aan deze behoeften te voldoen wordt er een gebalanceerd dieet samengesteld dat energie, eiwitten, vitaminen en mineralen bevat die belangrijk zijn voor het lichaam. Een van de belangrijkste nutriënten van het rantsoen is energie. Energie is nodig voor het onderhoud van het lichaam, metabolische processen en wordt daarnaast als brandstof gebruikt wanneer het paard beweegt. Het rantsoen voorziet het paard van energie door de toevoeging van koolhydraten en vetten. Eiwitten kunnen ook gebruikt worden als vorm van energie, maar het lichaam gebruikt dit pas als energiebron wanneer het rantsoen onvoldoende koolhydraten en vetten bevat.



Koolhydraten


Koolhydraten worden verdeeld in twee groepen: structurele en niet-structurele koolhydraten. Structurele koolhydraten worden aan het rantsoen toegevoegd door middel van vezels. Ruwvoer is een voedingsmiddel dat voornamelijk vezels bevat. Deze vezels worden in de darmen van het paard gefermenteerd tot de vluchtige vetzuren acetaat, butyraat en propionzuur 1. Ongeveer 60 tot 70% van de dagelijkse energie die het paard opneemt vanuit zijn voeding is afkomstig van de fermentatie van de vezels in de vluchtige vetzuren. Vezels zijn daarom een belangrijke energiebron en de basis van het rantsoen 2.


Niet-structurele koolhydraten neemt het paard voornamelijk op vanuit krachtvoer zoals muesli en brok in de vorm van zetmeel en suiker 3. Het lichaam zet zetmeel en suiker vanuit het rantsoen om tot glucose. Glucose is een vorm van energie die na vertering snel beschikbaar is voor het lichaam. Als het rantsoen meer zetmeel en suiker bevat dan het lichaam op dat moment nodig heeft, slaat het lichaam overtollige glucose op in lichaamsweefsel in de vorm van glycogeen 4. Wanneer het paard beweegt en de bloedsuikerspiegel daalt, zet het lichaam glycogeen weer terug om naar glucose wat er voor zorgt dat de bloedsuikerspiegel weer stijgt 4.


Doordat niet-structurele koolhydraten het paard snel energie bieden omdat het in het lichaam relatief snel wordt omgezet tot energie, is het een belangrijk onderdeel van het dieet. Echter als het rantsoen te veel suiker en zetmeel bevat heeft dit effect op de gezondheid van het paard. Omdat het spijsverteringsstelsel niet geschikt is om grote hoeveelheden zetmeel en suiker te verteren, passeert onverteerd zetmeel en suiker een gedeelte van het spijsverteringsstelsel en komt het terecht in de darmen van het paard 5. Hier wordt het gefermenteerd door de micro-organismen die normaliter vezels verteren tot vluchtige vetzuren. Het fermenteren van suiker en zetmeel resulteert in een verhoogde productie van melkzuur en een lagere pH waarde in de darmen 6. Dit zorgt voor een zure omgeving waar de micro-organismen niet in kunnen overleven. Dit lijdt vervolgens tot een ongebalanceerde darmflora, ofwel dysbiose, wat een groot effect heeft op de gezondheid van het paard 6. De darmflora heeft namelijk invloed op het immuunsysteem. Daarnaast is aangetoond, middels onderzoek, dat te veel zetmeel en suiker de kans op ontwikkeling van insuline resistentie en hoefbevangenheid verhoogt 7.


Vetten


Vetten worden vaak aan het rantsoen van het paard toegevoegd vanwege het ondersteunende effect op de vacht en de huid van het paard. Maar naast deze ondersteunende functie zijn vetten ook rijk aan energie en vormen daardoor een goede bron van energie voor het paard 8. Paarden die intensief bewegen hebben een hogere behoefte aan energie. Door middel van het voeren van vetten wordt voldaan aan de behoefte van het paard, zonder de toevoeging van overmatig veel suiker en zetmeel 4. Daarnaast is het ook geschikt voor dunne paarden en paarden waarbij het dieet weinig suiker en zetmeel mag bevatten wegens gezondheidsredenen. Vetten worden langzaam gemetaboliseerd in het lichaam waardoor het langer duurt voordat ze beschikbaar zijn als energiebron 4. Hierdoor bieden vetten het paard een langdurige vorm van energie wat geschikt is voor wanneer het paard intensief beweegt en hierdoor meer energie nodig heeft 4. Lijnzaadolie is een olie die vaak als bron van vetten wordt toegevoegd aan het rantsoen. Dit komt omdat lijnzaadolie een plantaardige olie is die de ideale balans tussen omega-3 en omega-6 vetzuren bevat 9.


Eiwitten


Eiwitten hebben meerdere belangrijke functies in het lichaam, maar zijn in het lichaam voornamelijk belangrijk voor de opbouw en het onderhoud van een gezonde spiermassa. Gezonde en goed functionerende spieren zijn belangrijk voor de beweging van het lichaam en voor het bevorderen van optimale prestaties. Ongeveer 10 tot 15% van het lichaamsgewicht van het paard bestaat uit eiwitten, waarvan voornamelijk spieren 10. Het paard neemt eiwitten op vanuit het ruwvoer en het krachtvoer 10. Eiwitten kunnen ook als energiebron worden gebruikt door het lichaam 11. Het lichaam gebruikt eiwitten alleen als energiebron wanneer het rantsoen te weinig koolhydraten en vetten bevat. Wanneer het lichaam eiwitten gebruikt als energiebron, is er minder beschikbaar voor de spieren. Daarom is het aan te raden om te vermijden dat het lichaam eiwitten als energiebron gebruiken. In ernstige gevallen waarbij paarden langdurig te weinig energie uit het rantsoen krijgen, breken paarden spierweefsel af om dit als energiebron te gebruiken. Het toevoegen van extra eiwitten zorgt er overigens niet voor dat het lichaam het overschot gebruikt als energiebron. Onderzoek heeft aangetoond dat overtollige eiwitten, die het lichaam niet gebruikt, uitscheidt via de urine.


Energie Opslag en Gebruik Tijdens Beweging


Wanneer koolhydraten en vetten verteerd zijn tot energie, worden deze meteen opgenomen en gebruikt door het lichaam. Als het paard voldoende energie heeft opgenomen maar het dieet extra energie bevat, wordt dit opgeslagen in het lichaamsweefsel. De energie die wordt opgeslagen in het lichaam wordt gebruikt tijdens beweging wanneer het lichaam, voornamelijk de spieren, meer energie nodig hebben 12. Voor het samenstellen van het dieet van het paard is het daarom van belang om meerdere soorten energie toe te voegen. Zoals eerder aangegeven worden vetten en koolhydraten op een andere manier gemetaboliseerd waardoor koolhydraten een kortdurende vorm van energie bieden aan het paard en vetten een langdurige vorm van energie. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de disciplines. Een endurance paard heeft bijvoorbeeld een hogere behoefte aan langdurige energie en dus meer vetten 13. Een spring of dressuurpaard heeft een combinatie van beiden soorten energie nodig.


Omdat de voedingsstoffen voor energie langzaam of juist snel gemetaboliseerd worden, is het van belang om de tijd van het voeren voor een wedstrijd of training in overweging te nemen. Onderzoeken hebben bijvoorbeeld aangetoond dat het voeren van krachtvoer kort voordat het paard actief gaat bewegen, een effect kan hebben op de beschikbaarheid van vetzuren. Dit zorgt ervoor dat het paard eerder moe wordt kort na het opnemen van krachtvoer voor actieve beweging 14. Het voeren van ruwvoer 2 tot 4 uur voor actieve beweging heeft echter een positieve invloed op de bloedsuikerspiegel van het paard 15.


Samenvattend bieden koolhydraten en vetten vanuit het rantsoen het paard energie. Eiwitten kunnen worden gebruikt als energiebron maar dit wordt alleen gedaan wanneer het voer te weinig vetten en koolhydraten bevat. Koolhydraten bieden het paard een vorm van energie die snel beschikbaar is voor het lichaam. Vetten bieden het paard een langdurige vorm van energie. Afhankelijk van de behoeften van het paard worden vetten en koolhydraten aan het rantsoen van het paard toegevoegd.

 

References


1.  Richardson, K., & Murray, J. A. M. D. (2016). Fiber for Performance Horses: A Review.

     Journal of Equine Veterinary Science, 46: 31-39.

2.  Argenzio, R.A., Southworth, M., Stevens, C.E. (1974) Sites of organic acid production and absorption in the equine gastrointestinal tract. American Journal of Physiology, 226(5):

     1043-150.

3.  Longland, A. C., & Byrd, B. M. (2006). Pasture nonstructural carbohydrates and equine

     laminitis. Journal of Nutrition, 136(7): 2099-2102.

4.  Potter, G. D. & Gibbs, P. G. (2011) Feeding the Performance Horse. Texas a & M

     University Department of Animal Science Equine Sciences Program.

5.  Julliand, V., Grimm, P. (2017) The Impact of Diet on the Hindgut Microbiome. Journal of

     Equine Veterinary Science, 52:23-28.

6.  Al Jassim, R.A.M., Andrews, F.M. (2009) The Bacterial Community of the Horse

     Gastrointestinal Tract and Its Relation to Fermentative Acidosis, Laminitis, Colic, and

     Stomach Ulcers. Veterinary Clinics of North America - Equine Practice, 25(2): 199-215.

7.  Geor, R.J. (2010) Nutrition and Exercise in the Management of Horses and Ponies at High

     Risk for Laminitis. Journal of Equine Veterinary Science, 30(9):463-470.

8.  Warren, L. K., & Vineyard, K. R. (2013). Chapter - 7 Fat and fatty acids. In: Geor, R.J.,

     Harris, P.A., & Coenen, M., (Eds.). Equine Applied and Clinical Nutrition. Saunders

     Elsevier: China.

9.  Delobel, A., Fabry, C., Schoonheere, N., Istasse, L., Hornick, J.L. (2008) Linseed oil

     supplementation in diet for horses: Effects on palatability and digestibility. Livestock

     Science, 116(1-3):15-21.

10.Urschel, K. L., & Lawrence, L. M. (2013). Chapter - 6 Amino acids and protein. In: Geor,

     R.J., Harris, P.A., & Coenen, M., (Eds.). Equine Applied and Clinical Nutrition. Saunders

     Elsevier: China.

11.Johnson, E. L., & Duberstein, K. J. (2010). How to Feed a Horse : Understanding Basic

     Principles of Horse Nutrition. University of Florida, IFAS Extension, 2010(2): 1-5.

12.Ellis, A.D. (2013) Chapter - 5 Energy systems and requirements. In: Geor, R.J., Harris, P.A.,

     & Coenen, M., (Eds.). Equine Applied and Clinical Nutrition. Saunders Elsevier:

     China.13.         

13.Harris, P. A., & Schott, H. C. (2013). Chapter 14 - Nutritional management of elite

     endurance horses. In: Geor, R.J., Harris, P.A., & Coenen, M., (Eds.). Equine Applied and

     Clinical Nutrition. Saunders Elsevier: China.

14.Pagan, J. D., & Harris, P. A. (1999). The effects of timing and amount of forage and grain

     on exercise response in thoroughbred horses. Equine Veterinary Journal, 30: 451-457.

15.Brunner, J., Liesegang, A., Weiss, S., & Wichert, B. (2015). Feeding practice and influence

     on selected blood parameters in show jumping horses competing in Switzerland. Journal

     of Animal Physiology and Animal Nutrition, 99(4): 684-691.

Comments


bottom of page