Het Belang van Kauwbewegingen en het Effect op de Gezondheid van het Verteringsstelsel van het Paard


In het wild grazen paarden zo’n 14 tot 16 uur per dag. Dat betekent dat paarden het grootste gedeelte van de dag besteden aan grazen. Het verteringsstelsel is er daarom op aangepast om gedurende de dag continue kleine beetjes voer te verwerken. Een belangrijk onderdeel van de vertering van het voer zijn de tanden en de kauwbewegingen die het paard maakt. Het kauwen van het voer zorgt ervoor dat het voer kleiner wordt, stimuleert de productie van speeksel, ondersteunt de tandgezondheid en het spijsverteringsstelsel van het paard.
De Tanden van het Paard
De vertering van voer begint in de mond van het paard waarbij een gezond gebit een belangrijk onderdeel is van de vertering van het voer. De tanden van het paard maken het voer kleiner waardoor het makkelijk door de slokdarm naar de maag toe kan. Het gebit van het paard bestaat uit premolaren, molaren en snijtanden 1. Daarnaast kunnen ruinen en hengsten nog hengstanden hebben en hebben sommige paarden nog wolfstanden 1. Maar voornamelijk de snijtanden, premolaren en molaren zijn een belangrijk onderdeel voor de vetering van voer. De snijtanden pakken het voer op en snijden het af, bijvoorbeeld tijdens het grazen waarbij de sprieten worden afgesneden door de snijtanden. De premolaren en molaren malen het voer vervolgens fijn.
Waarom zijn Kauwbewegingen zo Belangrijk?
Omdat het paard het grootste gedeelte van de dag eet, is het gebit van het paard hier ook op aangepast. Het gebit van het paard groeit voortdurend door maar slijt gelijkmatig door het kauwen van voer. De constante kauwbewegingen die het paard maakt bij het kauwen van voer zijn dus onder andere belangrijk voor het behouden van een gezond gebit 2.
Daarnaast is het ook essentieel voor de gezondheid van het verteringsstelsel. Wanneer het paard kauwt, wordt er speeksel geproduceerd 3. Speeksel bevat de stof natriumbicarbonaat die een bufferende werking heeft en neutraliseert het maagzuur in de maag. Dit betekent dat deze stof ervoor zorgt dat het maagzuur minder zuur wordt. De maag maakt namelijk continue maagzuur aan, ook wanneer er geen voer in de maag zit. De maag van het paard bestaat uit twee delen waarvan het bovenste gedeelte niet beschermd is tegen het zure maagzuur. Wanneer het maagzuur onvoldoende wordt gebufferd, kan het dit bovenste deel beschadigen en ontstaan er maagzweren in de maag 4. Voor goede maaggezondheid is het dus belangrijk dat het paard voldoende kleine beetjes voer door de dag heen kan eten zodat het paard regelmatig kauwt, het maagzuur wordt gebufferd en de kans op het ontstaan van maagzweren kleiner wordt.
Aantal Kauwbewegingen Ruwvoer vs. Krachtvoer
Het aantal kauwbewegingen dat het paard maakt verschilt tussen de verschillende soorten voer. Paarden kauwen langer en vaker op één kilo ruwvoer in vergelijking tot één kilo krachtvoer. Een paard maakt bij het kauwen van één kilo ruwvoer ongeveer 3000 en 3500 kauwbewegingen en bij het kauwen van één kilo krachtvoer maakt het paard tussen de 800 en 1200 kauwbewegingen 5. Doordat het paard vaker en langer op ruwvoer kauwt, zorgt dit ervoor dat het paard meer speeksel produceert wat een bufferend effect heeft op de maag van het paard. Daarnaast absorbeert ruwvoer ook overtollig maagzuur en voert dit af uit de maag.
Het verschil in aantal kauwbewegingen tussen ruwvoer en krachtvoer komt voornamelijk door de structuur van het voer en het verschil in hoeveelheid vezels. Ruwvoer, zoals hooi, bevat meer vezels waardoor paarden meer kauwbewegingen maken om het voer klein genoeg te krijgen zodat het door de slokdarm naar de maag kan passeren 6. Voldoende ruwvoer door de dag heen is daarom belangrijk voor het paard.
Naast dat het een positief effect heeft op de gezondheid van de maag, heeft het verschil in aantal kauwbewegingen bij het kauwen van ruwvoer en krachtvoer ook effect op de tandgezondheid. Zoals eerder aangegeven zorgen kauwbewegingen voor het gelijkmatig slijten van het gebit. Paarden die voornamelijk een dieet met veel krachtvoer in vergelijking tot ruwvoer gevoerd krijgen, kunnen sneller last krijgen van tandproblemen die gerelateerd zijn aan verminderde gelijkmatige slijtage van de tanden. Bij paarden die dagelijks voldoende ruwvoer gevoerd krijgen komen dit soort problemen minder vaak voor 7.
Een passend rantsoen is dus niet alleen belangrijk voor het voorzien van voldoende voedingsstoffen, maar zorgt daarnaast ook voor een gezond en goed werkend spijsverteringsstelsel. Bij twijfels of je rantsoen aansluit bij de behoeften van je paard, vraag dan advies aan een nutritionist.
References
1. Dixon, P.M., Dacre, I. (2005) A review of equine dental disorders. The Veterinary Journal, 169(2):165-187.
2. Witherow, B. (2025) The significance of chewing in horses. Equine, 9(1):6-12.
3. Buchanan, B.R., Andrews, F.M. (2003) Treatment and prevention of equine gastric ulcer syndrome. Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 19(3):575-597.
4. Bell, R., Mogg, T., Kingston, J. (2007) Equine gastric ulcer syndrome in adult horses: A review. New Zealand Veterinary Journal, 55(1):1-12.
5. Meyer, H., Ahlswede, L., Reinhard, H. (1975) Untersuchungen über Freßdauer, Kaufrequenz und Futterzerkleinerung beim Pferd. Deutsche Tierarztliche Wochenschrift, 82(2):54-58.
6. Janis, C.M., Constable, E.C., Houpt, K.A., Streich, W.J., Clauss, M. (2010) Comparative ingestive mastication in domestic horses and cattle: a pilot investigation. Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition, 94(6):402-409.
7. Bonin, S.J., Clayton, H.M., Lanovaz, J.L., Johnston, T. (2007) Comparison of mandibular motion in horses chewing hay and pellets. Equine Veterinary Journal, 39(3):258-262.
In het wild grazen paarden zo’n 14 tot 16 uur per dag. Dat betekent dat paarden het grootste gedeelte van de dag besteden aan grazen. Het verteringsstelsel is er daarom op aangepast om gedurende de dag continue kleine beetjes voer te verwerken. Een belangrijk onderdeel van de vertering van het voer zijn de tanden en de kauwbewegingen die het paard maakt. Het kauwen van het voer zorgt ervoor dat het voer kleiner wordt, stimuleert de productie van speeksel, ondersteunt de tandgezondheid en het spijsverteringsstelsel van het paard.
De Tanden van het Paard
De vertering van voer begint in de mond van het paard waarbij een gezond gebit een belangrijk onderdeel is van de vertering van het voer. De tanden van het paard maken het voer kleiner waardoor het makkelijk door de slokdarm naar de maag toe kan. Het gebit van het paard bestaat uit premolaren, molaren en snijtanden 1. Daarnaast kunnen ruinen en hengsten nog hengstanden hebben en hebben sommige paarden nog wolfstanden 1. Maar voornamelijk de snijtanden, premolaren en molaren zijn een belangrijk onderdeel voor de vetering van voer. De snijtanden pakken het voer op en snijden het af, bijvoorbeeld tijdens het grazen waarbij de sprieten worden afgesneden door de snijtanden. De premolaren en molaren malen het voer vervolgens fijn.
Waarom zijn Kauwbewegingen zo Belangrijk?
Omdat het paard het grootste gedeelte van de dag eet, is het gebit van het paard hier ook op aangepast. Het gebit van het paard groeit voortdurend door maar slijt gelijkmatig door het kauwen van voer. De constante kauwbewegingen die het paard maakt bij het kauwen van voer zijn dus onder andere belangrijk voor het behouden van een gezond gebit 2.
Daarnaast is het ook essentieel voor de gezondheid van het verteringsstelsel. Wanneer het paard kauwt, wordt er speeksel geproduceerd 3. Speeksel bevat de stof natriumbicarbonaat die een bufferende werking heeft en neutraliseert het maagzuur in de maag. Dit betekent dat deze stof ervoor zorgt dat het maagzuur minder zuur wordt. De maag maakt namelijk continue maagzuur aan, ook wanneer er geen voer in de maag zit. De maag van het paard bestaat uit twee delen waarvan het bovenste gedeelte niet beschermd is tegen het zure maagzuur. Wanneer het maagzuur onvoldoende wordt gebufferd, kan het dit bovenste deel beschadigen en ontstaan er maagzweren in de maag 4. Voor goede maaggezondheid is het dus belangrijk dat het paard voldoende kleine beetjes voer door de dag heen kan eten zodat het paard regelmatig kauwt, het maagzuur wordt gebufferd en de kans op het ontstaan van maagzweren kleiner wordt.
Aantal Kauwbewegingen Ruwvoer vs. Krachtvoer
Het aantal kauwbewegingen dat het paard maakt verschilt tussen de verschillende soorten voer. Paarden kauwen langer en vaker op één kilo ruwvoer in vergelijking tot één kilo krachtvoer. Een paard maakt bij het kauwen van één kilo ruwvoer ongeveer 3000 en 3500 kauwbewegingen en bij het kauwen van één kilo krachtvoer maakt het paard tussen de 800 en 1200 kauwbewegingen 5. Doordat het paard vaker en langer op ruwvoer kauwt, zorgt dit ervoor dat het paard meer speeksel produceert wat een bufferend effect heeft op de maag van het paard. Daarnaast absorbeert ruwvoer ook overtollig maagzuur en voert dit af uit de maag.
Het verschil in aantal kauwbewegingen tussen ruwvoer en krachtvoer komt voornamelijk door de structuur van het voer en het verschil in hoeveelheid vezels. Ruwvoer, zoals hooi, bevat meer vezels waardoor paarden meer kauwbewegingen maken om het voer klein genoeg te krijgen zodat het door de slokdarm naar de maag kan passeren 6. Voldoende ruwvoer door de dag heen is daarom belangrijk voor het paard.
Naast dat het een positief effect heeft op de gezondheid van de maag, heeft het verschil in aantal kauwbewegingen bij het kauwen van ruwvoer en krachtvoer ook effect op de tandgezondheid. Zoals eerder aangegeven zorgen kauwbewegingen voor het gelijkmatig slijten van het gebit. Paarden die voornamelijk een dieet met veel krachtvoer in vergelijking tot ruwvoer gevoerd krijgen, kunnen sneller last krijgen van tandproblemen die gerelateerd zijn aan verminderde gelijkmatige slijtage van de tanden. Bij paarden die dagelijks voldoende ruwvoer gevoerd krijgen komen dit soort problemen minder vaak voor 7.
Een passend rantsoen is dus niet alleen belangrijk voor het voorzien van voldoende voedingsstoffen, maar zorgt daarnaast ook voor een gezond en goed werkend spijsverteringsstelsel. Bij twijfels of je rantsoen aansluit bij de behoeften van je paard, vraag dan advies aan een nutritionist.
References
1. Dixon, P.M., Dacre, I. (2005) A review of equine dental disorders. The Veterinary Journal, 169(2):165-187.
2. Witherow, B. (2025) The significance of chewing in horses. Equine, 9(1):6-12.
3. Buchanan, B.R., Andrews, F.M. (2003) Treatment and prevention of equine gastric ulcer syndrome. Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 19(3):575-597.
4. Bell, R., Mogg, T., Kingston, J. (2007) Equine gastric ulcer syndrome in adult horses: A review. New Zealand Veterinary Journal, 55(1):1-12.
5. Meyer, H., Ahlswede, L., Reinhard, H. (1975) Untersuchungen über Freßdauer, Kaufrequenz und Futterzerkleinerung beim Pferd. Deutsche Tierarztliche Wochenschrift, 82(2):54-58.
6. Janis, C.M., Constable, E.C., Houpt, K.A., Streich, W.J., Clauss, M. (2010) Comparative ingestive mastication in domestic horses and cattle: a pilot investigation. Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition, 94(6):402-409.
7. Bonin, S.J., Clayton, H.M., Lanovaz, J.L., Johnston, T. (2007) Comparison of mandibular motion in horses chewing hay and pellets. Equine Veterinary Journal, 39(3):258-262.