Spieraandoeningen bij het Paard en de Rol van Voeding
De spieren van het paard vormen een essentieel onderdeel van het bewegingsapparaat en maken beweging mogelijk. Wanneer de spieren niet optimaal functioneren of wanneer er verstoringen optreden in de processen die betrokken zijn bij de spierwerking, heeft dit direct invloed op zowel de beweging als de algehele gezondheid van het paard.
Bij paarden komen verschillende spieraandoeningen voor. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar voeding speelt bij sommige aandoeningen een rol, zowel bij het ontstaan als bij het management van deze aandoeningen.
In deze blog bespreken we de meest voorkomende spieraandoeningen bij paarden en de invloed die voeding hierop kan hebben.

De spieren van het paard vormen een essentieel onderdeel van het bewegingsapparaat en maken beweging mogelijk. Wanneer de spieren niet optimaal functioneren of wanneer er verstoringen optreden in de processen die betrokken zijn bij de spierwerking, heeft dit direct invloed op zowel de beweging als de algehele gezondheid van het paard.
Bij paarden komen verschillende spieraandoeningen voor. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar voeding speelt bij sommige aandoeningen een rol, zowel bij het ontstaan als bij het management van deze aandoeningen.
In deze blog bespreken we de meest voorkomende spieraandoeningen bij paarden en de invloed die voeding hierop kan hebben.
PSSM1 en PSSM2
Polysaccharide Storage Myopathy (PSSM) is een spieraandoening waarbij glycogeen, dat wordt opgeslagen in de spiercellen, zich gaat stapelen 1. Deze stapeling van suikermoleculen in de spiercellen is abnormaal en zorgt ervoor dat de opgeslagen bron van energie, in de vorm van glycogeen, op deze manier niet beschikbaar is voor de spieren. Dit kan voor problemen zorgen tijdens inspanning en resulteren in een aanval van spierbevangenheid.
Voor inspanning van de spieren is energie nodig. Paarden halen deze energie uit voedingsstoffen zoals suiker, zetmeel, vezels en vetten. Bij een overschot aan suiker en zetmeel wordt een deel hiervan omgezet in glycogeen, dat wordt opgeslagen in de spiercellen 2. Wanneer de bloedsuikerspiegel daalt, bijvoorbeeld tijdens inspanning, kan glycogeen weer worden omgezet in glucose om het lichaam en de spieren van energie te voorzien. Bij paarden met PSSM verloopt het proces waarbij glycogeen wordt opgeslagen afwijkend.
Er zijn twee verschillende vormen: PSSM type 1 en PSSM type 2. Het ziektebeeld tussen deze twee vormen komt overeen maar het verschil tussen PSSM1 en PSSM2 is dat PSSM1 erfelijk is 3. De type 1 variant wordt veroorzaakt door een mutatie van het glycogeen synthase gen.
PSSM1 komt in verschillende rassen paarden voor, maar heeft voornamelijk een hoge prevalentie bij rassen zoals Belgische trekpaarden 4. PSSM2 komt bij allerlei verschillende rassen paarden voor.
Paarden met PSSM kunnen verschillende symptomen hebben. Enkele symptomen zijn: weinig energie tijdens beweging, terughoudend om voorruit te bewegen, spierstijfheid, overmatig zweten, vermindering van bespiering en spiertrillingen.
Door middel van een spierbiopt kan een diagnose gesteld worden omdat hiermee vastgesteld kan worden of er stapeling van glycogeen plaatsvindt in de spieren. Door middel van een genetische test kan PSSM1 vastgesteld worden door de genetische mutatie die de aandoening kenmerkt 3. Maar bij PSSM2 kan dit momenteel niet. Een genetische test voor het vaststellen van PSSM2 is daarom ook, op dit moment, niet betrouwbaar.
Momenteel is er geen behandeling voor het genezen van PSSM. Voor paarden met PSSM is een aangepast rantsoen en een aangepast beweging schema belangrijk om aanvallen te beperken en het paard zo goed mogelijk te ondersteunen.
Vanwege de abnormale stapeling van glycogeen is het belangrijk om de hoeveelheid suiker en zetmeel in het rantsoen van paarden met PSSM aanzienlijk laag te houden 5. De basis van het rantsoen is ruwvoer, maar zorg ervoor dat je ruwvoer voert wat laag is in suikers en zetmeel. Voor het bepalen van de hoeveelheid zetmeel en suiker in ruwvoer kan een ruwvoer analyse worden uitgevoerd. Omdat ruwvoer te weinig vitaminen en mineralen bevat om aan het rantsoen te voldoen kan worden gekozen voor een balancer of vitaminen en mineralen supplement om het rantsoen aan te vullen. Paarden met PSSM hebben daarnaast een verhoogde behoefte aan vitamine E, waardoor suppletie van vitamine E wordt aanbevolen 6. Wat betreft beweging is het belangrijk om het paard in beweging te houden. Zorg er wel voor dat de intensiteit van de trainingen wordt aangepast en het paard niet te intensief wordt getraind 7.
Recurrent Exertional Rhabdomyolysis
Recurrent Exertional Rhabdomyolysis (RER) is een terugkerende spieraandoening waarbij sprake is van een verstoring in de regulatie van de calciumhuishouding binnen de spiercellen 8. Calcium is belangrijk voor het samentrekken van de spieren. Bij paarden met RER is de calcium regulatie in de spieren dus verstoord (niet door tekorten vanuit het voer) wat uiteindelijk leidt tot spierverkramping en pijn, doordat bij deze verstoring de spieren blijven samentrekken 9. Daarnaast verstoord het de energiestofwisseling in de spieren, tast het de mitochondriën aan en brengt schade aan de spiervezels 10. Omdat RER vrij complex is, wordt gedacht dat ook RER te maken heeft met genetische factoren en dat de aanvallen waar het paard last van krijgt worden beïnvloedt door factoren zoals stress, te zware training etc. Maar er is op dit moment nog onvoldoende onderzoek dat aan kan tonen wat de precieze oorzaak is.
Symptomen van RER zijn onder andere spierstijfheid en harde, pijnlijke spieren als gevolg van spierschade, een versnelde ademhaling, overmatig zweten en terughoudendheid of weigeren om te bewegen 9.
Ook voor paarden met RER bestaat de basis van het rantsoen uit ruwvoer. Voor paarden met RER is echter wel gebleken dat de hoeveelheid zetmeel en suiker in het ruwvoer minder van belang is in vergelijking tot paarden met PSSM 6. Het is wel aan te raden om de zetmeel en suiker gehaltes laag te houden en overmatige hoeveelheden te vermijden. Dit wordt voornamelijk aangeraden omdat een rantsoen met veel suiker en zetmeel invloed kan hebben op de gemoedstoestand van het paard. Omdat stress invloed heeft op RER wordt daarom aangeraden om het voeren van overmatig veel zetmeel en suiker te vermijden. Voor paarden met RER wordt een rantsoen aangeraden dat niet meer dan 20% aan suiker en zetmeel bevat 6. Om paarden met een hogere energie behoefte te voorzien van voldoende energie kan er gebruik gemaakt worden van vetten afkomstig van plantaardige oliën zoals Lijnzaadolie. Ook voor paarden met RER wordt een balancer of vitaminen en mineralen supplement aangeraden om het paard van voldoende vitaminen en mineralen te voorzien.
Myofibrillaire Myopathie (MFM)
Spiervezels bestaan uit myofibrillen, structuren die ervoor zorgen dat spieren kunnen samentrekken. Deze myofibrillen lopen over de hele lengte van de spiervezel en liggen normaal gesproken netjes op één lijn. Het eiwit desmine speelt hierbij een belangrijke rol en zorgt ervoor dat de myofibrillen correct uitgelijnd blijven.
Bij Myofibrillaire Myopathie (MFM) is er een abnormale ophoping van het eiwit desmine in de spier 11. Hierdoor gaan de myofibrillen samenklonteren en raakt hun normale, geordende rangschikking verstoord 12. Dit leidt uiteindelijk tot klachten die passen bij spierbevangenheid, zoals spierstijfheid en niet willen bewegen.
Myofibrillaire Myopathie is een relatief recent ontdekte spierziekte bij paarden13. De aandoening komt vooral voor bij warmbloedpaarden en Arabieren. In het verleden werden paarden met MFM vaak gediagnosticeerd met PSSM2, omdat door het samenklonteren van de myofibrillen glycogeen tussen deze structuren ophoopt11 14. Dit leek daarom ook sterk op PSSM2. Tegenwoordig is duidelijk dat de onderliggende oorzaak anders is en dat deze aandoening valt onder MFM en niet onder PSSM2.
Deze spieraandoening wordt gediagnosticeerd door middel van een spierbiopt. Omdat er op het moment nog veel onderzoek wordt gedaan, is er met de huidige kennis niet te zeggen of deze aandoening genetisch is en wordt een genetische test afgeraden omdat deze geen zekerheid kan geven op een juiste diagnose.
Voor paarden met MFM is het belangrijk dat het rantsoen voldoende hoogwaardige eiwitten bevat van een hoge kwaliteit 11. Om het lichaam te ondersteunen en omdat hoogstwaarschijnlijk oxidatieve stress en rol speelt bij deze aandoening is het goed om antioxidanten aan het rantsoen van het paard toe te voegen 11. Nutriënten die antioxidante functies hebben in het lichaam zijn onder andere Vitamine E, Vitamine C en MSM.
Hyperkalemic Periodic Paralysis (HYPP)
Hyperkalemic Periodic Paralysis is een genetische spieraandoening die voornamelijk voorkomt bij rassen zoals Quarter horses, Paint horses en Appaloosas 15. Bij HYPP is de stroming van natrium dat in en uit de spiercellen gaat verstoord. Dit zorgt ervoor dat er teveel kalium in het bloed terecht komt wat resulteert in spieren die sneller samentrekken dan dat ze normaal zouden doen 16. Dit zorgt uiteindelijk voor ongecontroleerde spiersamentrekkingen en trillingen van de spieren 16. De symptomen van HYPP variëren per paard en de ernst van de aandoening, maar de meest voorkomende zijn spiertrillingen, hevig zweten, verzwakking van het lichaam, gapen of verzwakking in de achterhand van het paard . In ernstige gevallen kan het ook effect hebben op de luchtwegen waardoor paarden luid ademen 15. Wanneer paarden met HYPP veel stress ervaren of een rantsoen gevoerd krijgen dat een hoog gehalte kalium bevat, kunnen aanvallen en symptomen eerder optreden.
Omdat HYPP een genetische aandoening is, kan de diagnose worden gesteld met behulp van een genetische test. Hierbij wordt onderzocht of de specifieke mutatie die verantwoordelijk is voor HYPP aanwezig is. Daarnaast wordt bepaald of het paard heterozygoot is (één allel) of homozygoot (twee allelen) voor de aandoening 15.
Voor paarden met HYPP is het belangrijk dat het rantsoen bestaat uit niet meer dan 1% kalium. Ook voor deze paarden bestaat de basis uit ruwvoer, maar is het essentieel dat wordt gekozen voor een ruwvoeder dat weinig kalium bevat 6. Om het rantsoen aan te vullen en het paard te voorzien van overige vitaminen en mineralen kan gekozen worden voor een balancer of vitaminen en mineralen supplement. Om energie toe te voegen aan het rantsoen kan worden gekozen voor plantaardige oliën zoals Lijnzaadolie. Let bij deze paarden vooral op met het geven van Elektrolyten gedurende de zomerseizoenen wanneer het paard meer zweet, omdat deze vrijwel altijd kalium bevatten.
Atypische Myopathie
Atypische Myopathie is een levensbedreigende spierziekte die ontstaat door opname van de toxine hypoglycine A (HGA), die paarden opnemen door het eten van esdoorn bladeren, zaden en kiemen. Lees meer over AM in de blog: Atypische Myopathie: Oorzaak, Behandeling en Preventie.
Referenties
1. Naylor, R.J. (2015) Polysaccharide storage myopathy – the story so far. Equine Vet Educaction, 27(8):414-419.
2. Hollands, T., Drury, L. (2023) Chapter 12 - Feeding the Performance Horse. In: Hollands, T., Drury, L. Evidence Based Equine Nutrition A Practical Approach For Professionals. CAB International.
3. Finno, C.J. (2025) Genetics of Muscle Disease. Veterinary Equine Clinic, 41:17-29.
4. McCue, M.E., Valberg, S.J., Lucio, M., Mickelson, J.R. (2008) Glycogen Synthase 1 (GYS1 ) Mutation in Diverse Breeds with Polysaccharide Storage Myopathy. Journal of Veterinary Internal Medicine, 22(5): 1228-1233.
5. Pagan, J.D., Valberg, S.J. (2020) Feeding Performance Horses with Myopathies. AAEP Proceedings, 66:66-74.
6. Urschel, K.L., McKenzie, E.C. (2021) Nutritional Influences on Skeletal Muscle and Muscular Disease. Veterinary Equine Clinic, 37:139-175.
7. Williams, Z.J., Bertels, M., Valberg, S.J. (2018) Muscle glycogen concentrations and response to diet and exercise regimes in Warmblood horses with type 2 Polysaccharide Storage Myopathy. PLOS One, 13(9):1-17.
8. McKenzie, E.C., Valberg, S.J., Godden, M,G., Pagan, J.D., MacLeay, J.M., Geor, R.J., Carlson, G.P. (2003) Effect of Dietary Starch, Fat, and Bicarbonate Content on Exercise Responses and Serum Creatine Kinase Activity in Equine Recurrent Exertional Rhabdomyolysis. J Vet Intern Med, 17:693-701.
9. Valberg, S.J. (2025) Sporadic and Recurrent Exertional Rhabdomyolysis. Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 41(1):111-124.
10. Barrey, E., Jayr, L., Mucher, E., Gospodnetic, S., Joly, F. (2011) Transcriptome analysis of muscle in horses suffering from recurrent exertional rhabdomyolysis revealed energetic pathway alterations and disruption in the cytosolic calcium regulation. Animal Genetics, 43: 271-281.
11. Pratt-Philips S. (2025) Nutritional considerations for equine myopathies. UK-VET Equine, 9(5):198-203.
12. Williams, Z.J., Velez-Irizarry, D., Petersen, J.L., Ochala, J., Finno ,C.J., Valberg, S.J. (2020) Candidate gene expression and coding sequence variants in Warmblood horses with myofibrillar myopath. Equine Veterinary Journal, 53(2):306-315.
13. Valberg, S.J., Nicholson, A.M., Lewis, S.S., Reardon, R.A., Finno, C.J. (2017) Clinical and histopathological features of myofibrillar myopathy in Warmblood horses. Equine Veterinary Journal, 49(6).
14. Valberg, S.J., McKenzie, E.C., Eyrich, L.V., Shivers, J., Barnes, N.E., Finno, C.J. (2016) Suspected myofibrillar myopathy in Arabian horses with a history of exertional rhabdomyolysis, 48(5): 548-556.
15. Finno, C.J., Spier, S.J., Valberg, S.J. (2009) Equine diseases caused by known genetic mutations. Veterinary Journal, 179(3):336-347.
16. Naylor, J.M. (1994) Equine hyperkalemic periodic paralysis: Review and implications. The Canadian Veterinary Journal, 35(5):279-285.
PSSM1 en PSSM2
Polysaccharide Storage Myopathy (PSSM) is een spieraandoening waarbij glycogeen, dat wordt opgeslagen in de spiercellen, zich gaat stapelen 1. Deze stapeling van suikermoleculen in de spiercellen is abnormaal en zorgt ervoor dat de opgeslagen bron van energie, in de vorm van glycogeen, op deze manier niet beschikbaar is voor de spieren. Dit kan voor problemen zorgen tijdens inspanning en resulteren in een aanval van spierbevangenheid.
Voor inspanning van de spieren is energie nodig. Paarden halen deze energie uit voedingsstoffen zoals suiker, zetmeel, vezels en vetten. Bij een overschot aan suiker en zetmeel wordt een deel hiervan omgezet in glycogeen, dat wordt opgeslagen in de spiercellen 2. Wanneer de bloedsuikerspiegel daalt, bijvoorbeeld tijdens inspanning, kan glycogeen weer worden omgezet in glucose om het lichaam en de spieren van energie te voorzien. Bij paarden met PSSM verloopt het proces waarbij glycogeen wordt opgeslagen afwijkend.
Er zijn twee verschillende vormen: PSSM type 1 en PSSM type 2. Het ziektebeeld tussen deze twee vormen komt overeen maar het verschil tussen PSSM1 en PSSM2 is dat PSSM1 erfelijk is 3. De type 1 variant wordt veroorzaakt door een mutatie van het glycogeen synthase gen.
PSSM1 komt in verschillende rassen paarden voor, maar heeft voornamelijk een hoge prevalentie bij rassen zoals Belgische trekpaarden 4. PSSM2 komt bij allerlei verschillende rassen paarden voor.
Paarden met PSSM kunnen verschillende symptomen hebben. Enkele symptomen zijn: weinig energie tijdens beweging, terughoudend om voorruit te bewegen, spierstijfheid, overmatig zweten, vermindering van bespiering en spiertrillingen.
Door middel van een spierbiopt kan een diagnose gesteld worden omdat hiermee vastgesteld kan worden of er stapeling van glycogeen plaatsvindt in de spieren. Door middel van een genetische test kan PSSM1 vastgesteld worden door de genetische mutatie die de aandoening kenmerkt 3. Maar bij PSSM2 kan dit momenteel niet. Een genetische test voor het vaststellen van PSSM2 is daarom ook, op dit moment, niet betrouwbaar.
Momenteel is er geen behandeling voor het genezen van PSSM. Voor paarden met PSSM is een aangepast rantsoen en een aangepast beweging schema belangrijk om aanvallen te beperken en het paard zo goed mogelijk te ondersteunen.
Vanwege de abnormale stapeling van glycogeen is het belangrijk om de hoeveelheid suiker en zetmeel in het rantsoen van paarden met PSSM aanzienlijk laag te houden 5. De basis van het rantsoen is ruwvoer, maar zorg ervoor dat je ruwvoer voert wat laag is in suikers en zetmeel. Voor het bepalen van de hoeveelheid zetmeel en suiker in ruwvoer kan een ruwvoer analyse worden uitgevoerd. Omdat ruwvoer te weinig vitaminen en mineralen bevat om aan het rantsoen te voldoen kan worden gekozen voor een balancer of vitaminen en mineralen supplement om het rantsoen aan te vullen. Paarden met PSSM hebben daarnaast een verhoogde behoefte aan vitamine E, waardoor suppletie van vitamine E wordt aanbevolen 6. Wat betreft beweging is het belangrijk om het paard in beweging te houden. Zorg er wel voor dat de intensiteit van de trainingen wordt aangepast en het paard niet te intensief wordt getraind 7.
Recurrent Exertional Rhabdomyolysis
Recurrent Exertional Rhabdomyolysis (RER) is een terugkerende spieraandoening waarbij sprake is van een verstoring in de regulatie van de calciumhuishouding binnen de spiercellen 8. Calcium is belangrijk voor het samentrekken van de spieren. Bij paarden met RER is de calcium regulatie in de spieren dus verstoord (niet door tekorten vanuit het voer) wat uiteindelijk leidt tot spierverkramping en pijn, doordat bij deze verstoring de spieren blijven samentrekken 9. Daarnaast verstoord het de energiestofwisseling in de spieren, tast het de mitochondriën aan en brengt schade aan de spiervezels 10. Omdat RER vrij complex is, wordt gedacht dat ook RER te maken heeft met genetische factoren en dat de aanvallen waar het paard last van krijgt worden beïnvloedt door factoren zoals stress, te zware training etc. Maar er is op dit moment nog onvoldoende onderzoek dat aan kan tonen wat de precieze oorzaak is.
Symptomen van RER zijn onder andere spierstijfheid en harde, pijnlijke spieren als gevolg van spierschade, een versnelde ademhaling, overmatig zweten en terughoudendheid of weigeren om te bewegen 9.
Ook voor paarden met RER bestaat de basis van het rantsoen uit ruwvoer. Voor paarden met RER is echter wel gebleken dat de hoeveelheid zetmeel en suiker in het ruwvoer minder van belang is in vergelijking tot paarden met PSSM 6. Het is wel aan te raden om de zetmeel en suiker gehaltes laag te houden en overmatige hoeveelheden te vermijden. Dit wordt voornamelijk aangeraden omdat een rantsoen met veel suiker en zetmeel invloed kan hebben op de gemoedstoestand van het paard. Omdat stress invloed heeft op RER wordt daarom aangeraden om het voeren van overmatig veel zetmeel en suiker te vermijden. Voor paarden met RER wordt een rantsoen aangeraden dat niet meer dan 20% aan suiker en zetmeel bevat 6. Om paarden met een hogere energie behoefte te voorzien van voldoende energie kan er gebruik gemaakt worden van vetten afkomstig van plantaardige oliën zoals Lijnzaadolie. Ook voor paarden met RER wordt een balancer of vitaminen en mineralen supplement aangeraden om het paard van voldoende vitaminen en mineralen te voorzien.
Myofibrillaire Myopathie (MFM)
Spiervezels bestaan uit myofibrillen, structuren die ervoor zorgen dat spieren kunnen samentrekken. Deze myofibrillen lopen over de hele lengte van de spiervezel en liggen normaal gesproken netjes op één lijn. Het eiwit desmine speelt hierbij een belangrijke rol en zorgt ervoor dat de myofibrillen correct uitgelijnd blijven.
Bij Myofibrillaire Myopathie (MFM) is er een abnormale ophoping van het eiwit desmine in de spier 11. Hierdoor gaan de myofibrillen samenklonteren en raakt hun normale, geordende rangschikking verstoord 12. Dit leidt uiteindelijk tot klachten die passen bij spierbevangenheid, zoals spierstijfheid en niet willen bewegen.
Myofibrillaire Myopathie is een relatief recent ontdekte spierziekte bij paarden13. De aandoening komt vooral voor bij warmbloedpaarden en Arabieren. In het verleden werden paarden met MFM vaak gediagnosticeerd met PSSM2, omdat door het samenklonteren van de myofibrillen glycogeen tussen deze structuren ophoopt11 14. Dit leek daarom ook sterk op PSSM2. Tegenwoordig is duidelijk dat de onderliggende oorzaak anders is en dat deze aandoening valt onder MFM en niet onder PSSM2.
Deze spieraandoening wordt gediagnosticeerd door middel van een spierbiopt. Omdat er op het moment nog veel onderzoek wordt gedaan, is er met de huidige kennis niet te zeggen of deze aandoening genetisch is en wordt een genetische test afgeraden omdat deze geen zekerheid kan geven op een juiste diagnose.
Voor paarden met MFM is het belangrijk dat het rantsoen voldoende hoogwaardige eiwitten bevat van een hoge kwaliteit 11. Om het lichaam te ondersteunen en omdat hoogstwaarschijnlijk oxidatieve stress en rol speelt bij deze aandoening is het goed om antioxidanten aan het rantsoen van het paard toe te voegen 11. Nutriënten die antioxidante functies hebben in het lichaam zijn onder andere Vitamine E, Vitamine C en MSM.
Hyperkalemic Periodic Paralysis (HYPP)
Hyperkalemic Periodic Paralysis is een genetische spieraandoening die voornamelijk voorkomt bij rassen zoals Quarter horses, Paint horses en Appaloosas 15. Bij HYPP is de stroming van natrium dat in en uit de spiercellen gaat verstoord. Dit zorgt ervoor dat er teveel kalium in het bloed terecht komt wat resulteert in spieren die sneller samentrekken dan dat ze normaal zouden doen 16. Dit zorgt uiteindelijk voor ongecontroleerde spiersamentrekkingen en trillingen van de spieren 16. De symptomen van HYPP variëren per paard en de ernst van de aandoening, maar de meest voorkomende zijn spiertrillingen, hevig zweten, verzwakking van het lichaam, gapen of verzwakking in de achterhand van het paard . In ernstige gevallen kan het ook effect hebben op de luchtwegen waardoor paarden luid ademen 15. Wanneer paarden met HYPP veel stress ervaren of een rantsoen gevoerd krijgen dat een hoog gehalte kalium bevat, kunnen aanvallen en symptomen eerder optreden.
Omdat HYPP een genetische aandoening is, kan de diagnose worden gesteld met behulp van een genetische test. Hierbij wordt onderzocht of de specifieke mutatie die verantwoordelijk is voor HYPP aanwezig is. Daarnaast wordt bepaald of het paard heterozygoot is (één allel) of homozygoot (twee allelen) voor de aandoening 15.
Voor paarden met HYPP is het belangrijk dat het rantsoen bestaat uit niet meer dan 1% kalium. Ook voor deze paarden bestaat de basis uit ruwvoer, maar is het essentieel dat wordt gekozen voor een ruwvoeder dat weinig kalium bevat 6. Om het rantsoen aan te vullen en het paard te voorzien van overige vitaminen en mineralen kan gekozen worden voor een balancer of vitaminen en mineralen supplement. Om energie toe te voegen aan het rantsoen kan worden gekozen voor plantaardige oliën zoals Lijnzaadolie. Let bij deze paarden vooral op met het geven van Elektrolyten gedurende de zomerseizoenen wanneer het paard meer zweet, omdat deze vrijwel altijd kalium bevatten.
Atypische Myopathie
Atypische Myopathie is een levensbedreigende spierziekte die ontstaat door opname van de toxine hypoglycine A (HGA), die paarden opnemen door het eten van esdoorn bladeren, zaden en kiemen. Lees meer over AM in de blog: Atypische Myopathie: Oorzaak, Behandeling en Preventie.
Referenties
1. Naylor, R.J. (2015) Polysaccharide storage myopathy – the story so far. Equine Vet Educaction, 27(8):414-419.
2. Hollands, T., Drury, L. (2023) Chapter 12 - Feeding the Performance Horse. In: Hollands, T., Drury, L. Evidence Based Equine Nutrition A Practical Approach For Professionals. CAB International.
3. Finno, C.J. (2025) Genetics of Muscle Disease. Veterinary Equine Clinic, 41:17-29.
4. McCue, M.E., Valberg, S.J., Lucio, M., Mickelson, J.R. (2008) Glycogen Synthase 1 (GYS1 ) Mutation in Diverse Breeds with Polysaccharide Storage Myopathy. Journal of Veterinary Internal Medicine, 22(5): 1228-1233.
5. Pagan, J.D., Valberg, S.J. (2020) Feeding Performance Horses with Myopathies. AAEP Proceedings, 66:66-74.
6. Urschel, K.L., McKenzie, E.C. (2021) Nutritional Influences on Skeletal Muscle and Muscular Disease. Veterinary Equine Clinic, 37:139-175.
7. Williams, Z.J., Bertels, M., Valberg, S.J. (2018) Muscle glycogen concentrations and response to diet and exercise regimes in Warmblood horses with type 2 Polysaccharide Storage Myopathy. PLOS One, 13(9):1-17.
8. McKenzie, E.C., Valberg, S.J., Godden, M,G., Pagan, J.D., MacLeay, J.M., Geor, R.J., Carlson, G.P. (2003) Effect of Dietary Starch, Fat, and Bicarbonate Content on Exercise Responses and Serum Creatine Kinase Activity in Equine Recurrent Exertional Rhabdomyolysis. J Vet Intern Med, 17:693-701.
9. Valberg, S.J. (2025) Sporadic and Recurrent Exertional Rhabdomyolysis. Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 41(1):111-124.
10. Barrey, E., Jayr, L., Mucher, E., Gospodnetic, S., Joly, F. (2011) Transcriptome analysis of muscle in horses suffering from recurrent exertional rhabdomyolysis revealed energetic pathway alterations and disruption in the cytosolic calcium regulation. Animal Genetics, 43: 271-281.
11. Pratt-Philips S. (2025) Nutritional considerations for equine myopathies. UK-VET Equine, 9(5):198-203.
12. Williams, Z.J., Velez-Irizarry, D., Petersen, J.L., Ochala, J., Finno ,C.J., Valberg, S.J. (2020) Candidate gene expression and coding sequence variants in Warmblood horses with myofibrillar myopath. Equine Veterinary Journal, 53(2):306-315.
13. Valberg, S.J., Nicholson, A.M., Lewis, S.S., Reardon, R.A., Finno, C.J. (2017) Clinical and histopathological features of myofibrillar myopathy in Warmblood horses. Equine Veterinary Journal, 49(6).
14. Valberg, S.J., McKenzie, E.C., Eyrich, L.V., Shivers, J., Barnes, N.E., Finno, C.J. (2016) Suspected myofibrillar myopathy in Arabian horses with a history of exertional rhabdomyolysis, 48(5): 548-556.
15. Finno, C.J., Spier, S.J., Valberg, S.J. (2009) Equine diseases caused by known genetic mutations. Veterinary Journal, 179(3):336-347.
16. Naylor, J.M. (1994) Equine hyperkalemic periodic paralysis: Review and implications. The Canadian Veterinary Journal, 35(5):279-285.