top of page

Het Management van een Paard met Zomereczeem

Bijgewerkt op: 5 okt. 2023

Zomereczeem is de meest voorkomende chronische huidaandoening bij paarden 1. Ongeveer 10% van de paarden wereldwijd heeft last van terugkerend zomereczeem 1. Zomereczeem is een seizoensgebonden aandoening en komt voor in de periode van begin april tot begin december, afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Doordat zomereczeem gerelateerd is aan de omgevingstemperatuur komt deze huidaandoening vaker voor in delen van de wereld waar de gemiddelde omgevingstemperatuur hoger ligt 1. Sinds 1840, het jaar dat het eerste paard met zomereczeem werd gediagnosticeerd, wordt er onderzoek gedaan naar een mogelijke oorzaak van deze aandoening en wordt er gezocht naar effectieve behandelingen 2.




Recente studies hebben aangetoond dat zomereczeem wordt veroorzaakt door een muggenbeet van de Culicoides mug, wat leidt tot een allergische reactie op de huid 2. Het speeksel van de Culicoides mug bevat eiwitten die door de mug worden geïnjecteerd in het lichaam van het paard 3. De eiwitten die worden geïnjecteerd kunnen een allergische reactie initiëren bij paarden die een genetische aanleg hebben voor deze huidaandoening, of bij paarden waarvan het lichaam een hypersensitieve reactie ontwikkeld na de insectenbeet 4. De allergische reactie van het lichaam op de muggenbeet, triggerd het immuunsysteem om de niet lichaamseigen eiwitten onschadelijk te maken.


De reactie die plaats vindt in het lichaam kan worden onderverdeeld in twee types. Een Type I hypersensitieve allergische reactie is een reactie van het immuunsysteem die onmiddellijk plaats vindt 5. Hierbij worden IgE antilichamen geproduceerd die zich binden aan mestcellen en basofielen, twee typen witte bloedcellen die van belang zijn voor het afweersysteem 6. Door de binding van de antilichamen en de witte bloedcellen worden er stoffen vrij gelaten, waaronder histamine, die vervolgens leiden tot een ontstekingsreactie in het lichaam 6.


De tweede reactie, ook wel een Type IV hypersensitieve allergische reactie, is een reactie die 24 uur na blootstelling van de allergenen wordt geactiveerd in het lichaam 7. Hierbij worden T-lymfocyten getriggerd om cytokinen te produceren die witte bloedcellen aantrekken naar de plek waar de allergische reactie in het lichaam plaats vindt 7. Dit zorgt vervolgens voor een ontstekingsreactie 7. In de meeste gevallen reageert het lichaam door middel van één van deze twee reacties. Echter, komt het voor dat beiden reacties in het lichaam plaats vinden 4.


De ontstekingsreactie die volgt in het lichaam leidt vervolgens tot extreme jeuk op de huid van het paard 8. Doordat het paard extreme jeuk ervaart wordt zomereczeem voornamelijk gekarakteriseerd door kale plekken rond de manen en staart wegens het overmatig schuren om de jeuk te verlichten 5,9. Daarnaast kunnen er ook kale plekken op de buik, het hoofd en de borst ontstaan maar dit komt minder vaak voor 9. Naast de kale plekken zijn een verdikking van de huid, lokale alopecia en het ontstaan van wondjes ook veel voorkomende symptomen van zomereczeem 9. Daarnaast kunnen de wondjes die ontstaan door het overmatig schuren, ook secundaire ontstekingen veroorzaken op de huid 10. Management en Preventieve Maatregelen

Momenteel is er geen specifieke behandeling om zomereczeem volledig te genezen. Huidige behandelingen bestaan vooral uit het managen van de symptomen van zomereczeem en het implementeren van preventieve maatregelen om de aandoening te voorkomen.


Vliegendekens die het lichaam van het paard bedekken wanneer ze op de wei of paddock staan, zijn een veel gebruikte preventieve maatregel. Naast een vliegendeken kan ook gebruik worden gemaakt van een eczeem deken. Deze dekens zijn gemaakt van een dunne stof die het paard beschermt tegen muggenbeten. Het verschil met een vliegendeken is dat eczeem dekens vaak een groter gedeelte van het lichaam beschermen tegen muggenbeten.

Daarnaast wordt het aangeraden om gebruik te maken van een vliegenspray met de het ingrediënt pyrethroïden om de muggen op afstand te houden 11.


Muggen huisvesten zich voornamelijk bij vochtige en natte plekken, zoals modder, mest of rivieren 12. Het is daarom aan te raden om paarden op drogere weides buiten te zetten, met regelmaat mest uit de weides te halen en het paard op afstand van rivieren of vijvers te houden om contact met de muggen te voorkomen.

De muggen zijn vaak het meest actief bij zonsopgang en vroeg op de avond. Het wordt daarom aangeraden om op deze tijdstippen van de dag, paarden op stal te houden 12.

Muggen kunnen niet vliegen in een winderige omgeving, daarom kan door middel van een ventilator op stal de mug op afstand worden gehouden 11. Ondersteunende Functie van Voeding en Supplementen

Naast bovengenoemde maatregelen kan het gebruik van supplementen, met bijvoorbeeld een ontstekingsremmende of anti-oxidante werking, ondersteuning bieden aan paarden met zomereczeem door de symptomen te verminderen en de aandoening te managen.


Omega-3 vetzuren hebben een ontstekingsremmende werking en ondersteunen het onderhoud van een gezonde huid en vacht 13. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat het gebruik van lijnzaadolie, een olie met een hoge concentratie Omega-3 vetzuren, de kwaliteit van de huid van paarden met zomereczeem verbeterd en ontstekingen op de huid verminderd 14.


Biotine, ofwel Vitamine B7, is van belang voor het onderhoud van een gezonde huid. Biergist bevat een hoog gehalte B-Vitaminen en Biotine waardoor het supplementeren hiervan een positief effect kan hebben op de huid. Een studie met mensen heeft aangetoond dat de huid kwaliteit verbeterde na de inname van biergist 15.


Vitamine E heeft een anti-oxidante werking in het lichaam waardoor het vrije radicalen van de huid verwijderd en zo schade aan de huid voorkomt. Een studie met honden concludeerde dat het supplementeren van Vitamine E resulteert in een verbeterde huidkwaliteit en het herstel van huidletsel 16. Toevoeging van Vitamine E heeft ook een positief effect op de werking van het immuunsysteem wat gunstig is voor paarden met zomereczeem waarbij het immuunsysteem niet optimaal functioneert 17.


Supplementen uit de Synovium Supplementenlijn die ondersteuning kunnen bieden aan paarden met zomereczeem zijn Synovium Lijnzaadolie, Synovium Myocare-E en Synovium Immunomodulator.


Referenties


1. Fettelschoss-Gabriel, A., Fettelschoss, V., Thoms, F., Giese, C., Daniel, M., Olomski, F., Kamarachev, J., Birkmann, K., Bühler, M., Kummer, M., Zeltins, A., Marti, E., Kündig, T. M., & Bachmann, M. F. (2018). Treating insect-bite hypersensitivity in horses with active vaccination against IL-5. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 142(4): 1194-1205.

2. Schaffartzik, A., Hamza, E., Janda, J., Crameri, R., Marti, E., & Rhyner, C. (2012). Equine insect bite hypersensitivity: What do we know?. Veterinary Immunology and Immunopathology, 147(3–4): 113-126.

3. Wilson, A. D., Harwood, L. J., Björnsdottir, S., Marti, E., & Day, M. J. (2001). Detection of IgG and IgE serum antibodies to Culicoides salivary gland antigens in horses with insect dermal hypersensitivity (sweet itch). Equine Veterinary Journal, 33(7): 707-713.

4. Wilson, A. D., Heesom, K. J., Mawby, W. J., Mellor, P. S., & Russell, C. L. (2008). Identification of abundant proteins and potential allergens in Culicoides nubeculosus salivary glands. Veterinary Immunology and Immunopathology, 122(1–2): 94-103.

5. Wilson, A. D. (2014). Immune responses to ectoparasites of horses, with a focus on insect bite hypersensitivity.

Parasite Immunology, 36(11): 560-572.

6. Wagner, B., Miller, W. H., Morgan, E. E., Hillegas, J. M., Erb, H. N., Leibold, W., & Antczak, D. F. (2006). IgE and IgG antibodies in skin allergy of the horse. Veterinary Research, 37(6): 813-825.

7. Averbeck, M., Gebhardt, C., Emmrich, F., Treudler, R., & Simon, J. C. (2007). Immunologic principles of allergic disease. Journal of the German Society of Dermatology. 5(11): 1015-1027.

8. Jonsdottir, S., Cvitas, I., Svansson, V., Fettelschloss-Gabriel, A., Torsteinsdottir, S., & Marti, E. (2019). New Strategies for Prevention and Treatment of Insect Bite Hypersensitivity in Horses. Current Dermatology Reports, 8(4): 303-312.

9. Björnsdóttir, S., Sigvaldadóttir, J., Broström, H., Langvad, B., & Sigurosson, Á. (2006). Summer eczema in exported Icelandic horses: Influence of environmental and genetic factors. Acta Veterinaria Scandinavica, 48(1): 1-4.

10. Broström, H., Larsson, & Troedsson, M. (1987). Allergic dermatitis (sweet itch) of Icelandic horses in Sweden: An epidemiological study. Equine Veterinary Journal, 19(3): 229-236.

11. Chapman, S. (2019). Get ahead of sweet itch. Equine Health , 46: 36–37.

12. Clarke, A. (2016). The itch that’s less than sweet. Equine Health , 29: 36–38.

13. Elghandour, M. M. M. Y., Kanth Reddy, P. R., Salem, A. Z. M., Ranga Reddy, P. P., Hyder, I., Barbabosa-Pliego, A., & Yasaswini, D. (2018). Plant Bioactives and Extracts as Feed Additives in Horse Nutrition. Journal of Equine Veterinary Science, 69: 66-77.

14. O’Neill, W., McKee, S., & Clarke, A. F. (2002). Flaxseed (Linum usitatissimum) supplementation associated with reduced skin test lesional area in horses with Culicoides hypersensitivity. Canadian Journal of Veterinary Research, 66(4): 272-277.

15. Hibino, S., Hamada, U., Takahashi, H., Watanabe, M., Nozato, N., & Yonei, Y. (2010). Effects of Dried Brewer’s Yeast on Skin and QOL. Anti-Aging Medicine, 7(4): 18-25.

16. Kapun, A. P., Salobir, J., Levart, A., Kalcher, G. T., Svete, A. N., & Kotnik, T. (2014). Vitamin E supplementation in canine atopic dermatitis: Improvement of clinical signs and effects on oxidative stress markers. Veterinary Record, 175(22): 1-5.

17. Petersson, K. H., Burr, D. B., Gomez-Chiarri, M., & Petersson-Wolfe, C. S. (2010). The influence of vitamin E on immune function and response to vaccination in older horses. Journal of Animal Science, 88(9): 2950-2958.

Kommentare


bottom of page