top of page

Het Reguleren van de Grasinname van het Paard

De meeste paarden staan dagelijks buiten op de weide of paddock. Hoe lang en hoe vaak paarden buiten staan, hangt vaak af van de verschillende seizoenen. In de herfst en winter is het minder lang licht en is de conditie van de grond minder goed door het weer, waardoor paarden vaker binnen staan dan in de zomer wanneer het langer licht is en de weersomstandigheden beter zijn. Wanneer de paarden buiten staan hebben ze sociaal contact met andere paarden en kunnen ze vrij bewegen. Dit is belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van het paard. In de lente en de zomer hebben paarden naast hooi ook beschikking tot gras. Gras heeft andere voedingswaarden dan andere soorten ruwvoer en daarom is het van belang om hier rekening mee te houden wanneer paarden weer toegang krijgen tot gras. Het reguleren van de grasinname van het paard zorgt ervoor dat er geen onbalans ontstaat in het rantsoen wat gevolgen kan hebben op de gezondheid en welzijn van het paard.




Paarden in het wild grazen tussen de 14 en 16 uur per dag. De anatomie van het spijsverteringsstelsel is erop ingesteld om frequent kleine porties te verteren 1. Het is dus van belang dat paarden dagelijks beschikking hebben tot voldoende ruwvoer om dit natuurlijke gedrag uit te voeren. Paarden de mogelijkheid geven om op een grasweide te grazen tijdens seizoenen wanneer vers gras beschikbaar is, is daarom ideaal om het paard te voorzien van vrije beweging en voldoende ruwvoer. Echter zullen paarden wanneer ze onbeperkt toegang krijgen tot een grasweide deze kaal eten. Vers gras bevat energie, eiwitten, vitaminen en mineralen die van belang zijn voor het lichaam. Zo bevat gras een bron van Vitamine E wat van belang is voor gezonde spieren, het immuunsysteem en functioneert als antioxidant in het lichaam 2. Echter, zijn de precieze voedingswaarden van het gras niet makkelijk te bepalen, omdat deze afhankelijk zijn van factoren zoals het weer en de groeifase van het gras, wat kan resulteren in een onbalans van het rantsoen wanneer het paard onbeperkt toegang heeft tot gras 3. Daarnaast bevat vers gras in de lente vaak een hoger gehalte aan suikers wat een effect kan hebben op de gezondheid van het paard 4. Hierdoor is het van belang dat wanneer de paarden weer op grasweides mogen grazen, ze hier op worden voorbereid en dat de opname van vers gras wordt gereguleerd.


Suikergehalte in Vers Gras


Gras produceert, door het proces fotosynthese, glucose (ofwel suiker) wat wordt gebruikt als energiebron voor de groei van de plant 5. Voor het proces fotosynthese is zuurstof, water en licht nodig. ’S Nachts, wanneer het donker is en de plant geen fotosynthese meer kan uitvoeren, gebruikt het gras de energie die overdag is geproduceerd om te kunnen groeien waardoor het suikergehalte in het gras vermindert 5. Maar in het voorjaar zijn de nachten vaak nog erg koud waardoor het groeiproces wordt beperkt en het gras water en suiker vasthoudt om te overleven 5. Hierdoor mindert het suikergehalte niet en bevat het gras ’s ochtends, wanneer de paarden op de wei komen, nog te veel suiker 5. Voornamelijk gedurende het voorjaar wanneer paarden voor het eerst weer beschikking hebben tot vers gras, kan de opname van te veel suiker een effect hebben op de gezondheid. Wanneer het paard beschikking heeft tot (suikerrijk) gras, zonder de opname te reguleren en het paard te laten wennen aan het voorjaarsgras, verandert plotseling het rantsoen van het paard wat kan resulteren in gezondheidsklachten zoals koliek, insuline resistentie of hoefbevangenheid 6.


Om bij te houden wanneer het gras veel suikers bevat kan de fructaan-index als hulpmiddel worden ingezet. Dit is een index die is gebaseerd op de actuele weersinformatie. Het biedt dus inzicht in het suikergehalte van het gras in uw omgeving en kan als hulpmiddel worden ingezet gedurende het weideseizoen.


Manieren om Grasinname te Reguleren van het Paard


De grasopname kan worden gereguleerd door het beschikbare gras voor het paard te minderen, de tijd dat het paard op de grasweide staat te verkorten of ervoor te zorgen dat het paard minder gras op kan nemen.


Om de gras opname van het paard te reguleren wordt er gebruik gemaakt van verschillende graas systemen 7,8. Zoals eerder aangegeven kan ervoor gekozen worden om een paard onbeperkt toegang te geven tot vers gras. Maar voor paarden die vatbaar zijn voor hoefbevangenheid of last hebben van andere gezondheidsklachten waarbij een hoge suikeropname niet bevorderlijk is, is dit niet ideaal en kan het een effect hebben op de gezondheid 4. Voornamelijk wanneer het paard voor het eerst op de grasweide komt, is onbeperkt gras niet bevorderlijk omdat tijdens deze periode het gras meer suikers bevat en een plotselinge verhoogde opname dus gevolgen kan hebben voor de gezondheid van het paard.


Een veel gebruikte methode om de hoeveelheid gras te reguleren is stripgrazen 9. Door het gebruik van een verplaatsbare draad, krijgt het paard telkens een strook vers gras tot zijn beschikking waardoor de opname wordt gereguleerd 10. De verplaatsbare draad kan op twee manieren worden ingezet. Door maar aan één kant een draad te zetten die ervoor zorgt dat de weide groter wordt bij het verplaatsen van de draad of door het plaatsen van een draad aan weerskanten waardoor het deel waar al op gegraasd is de kans krijgt om te ‘rusten’ en het gras hier weer kan groeien (Figuur 1). Onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van stripgrazen een positief effect heeft op de Body Condition Score (BCS) en het lichaamsgewicht 7,9. Daarnaast zorgt stripgrazen ervoor dat het paard significant minder gras opneemt in vergelijking tot wanneer onbeperkt gras wordt aangeboden 9. Uit onderzoek bleek echter dat paarden, wanneer ze een nieuwe strook vers gras tot hun beschikking kregen, sneller het gras opnamen dan paarden die onbeperkt toegang hebben tot gras en dus langzamer grazen 7,9. Een studie uitgevoerd door Dowler et al. (2012), toonde aan dat als paarden 8 uur grazen, ze de eerste 4 uur het meeste gras opnemen in vergelijking tot de tweede 4 uur. Wanneer het paard toegang krijgt tot een strook vers gras is het daarom goed om het tijdstip van de dag in overweging te nemen, omdat bijvoorbeeld bij koude nachten het gras ’s ochtends het meeste suiker bevat. Als paarden ’s ochtends de eerste 4 uur toegang hebben tot dit suikerrijke gras zullen ze alsnog meer suiker opnemen dan gewenst is. Omdat het gebruik van stripgrazen een positief effect heeft op het lichaamsgewicht van het paard in vergelijking tot paarden die onbeperkt grazen, is stripgrazen een goede manier om de opname van het gras te reguleren.


Figuur 1 Weide 1 heeft één verplaatsbare draad waardoor de oppervlakte van de wei telkens groter wordt wanneer er nieuwe strook vers gras bij komt. Weide 2 heeft aan de voor en achterzijde een verplaatsbare draad waardoor er 3 stroken ontstaan. De lichtgroene strook is het begraasde gedeelte dat nu kan ‘rusten’, de middelste strook is waar het paard op graast en telkens een nieuwe strook gras bij komt. De laatste strook (donkergroen) is het gedeelte wat nog niet begraasd is.


Daarnaast kan de opname worden gereguleerd door het paard minder lang toegang geven tot het gras. Voor het welzijn van het paard is het echter van belang om dagelijks voldoende vrije beweging te hebben. Grazen op een grasweide is een gemakkelijke manier om het paard voldoende vrije beweging te geven. Om de grasopname toch te minderen kan de grasweide worden afgewisseld met een paddock waar het paard toegang heeft tot een ander soort ruwvoer zoals hooi. Echter toont onderzoek aan dat paarden na een tijd in het ritme van de routine komen waardoor ze meer en sneller gaan grazen om zo veel mogelijk gras op te kunnen nemen in een kortere periode 11.


Tijdens periodes wanneer het suikergehalte hoog is in het gras wordt het aangeraden om paarden die vatbaar zijn voor hoefbevangenheid of gediagnosticeerd zijn met PPID, Insuline Resistentie of EMS geen toegang te geven tot vers gras. Deze paarden hebben echter ook de behoefte aan vrije beweging. Om de paarden toch vrije beweging te geven kunnen deze paarden op een zandpaddock buiten worden gezet, waar ze toegang hebben tot ruwvoer dat laag in suikers is.


Wanneer de nachten gedurende de lente nog koud zijn en er ’s ochtends dauw op het gras te zien is, is het aan te raden om het gras eerst te maaien voordat paarden toegang krijgen tot de weide. De suikers in het gras wordt gebruikt voor de groei van het gras. Door het te maaien worden de suikers daarom gebruikt om het gras opnieuw te laten groeien 12. Het is wel van belang dat het gras niet te kort wordt gemaaid omdat suiker in het onderste gedeelte van het gras zit waardoor te kort gras alsnog veel suikers bevat.

Een optie die steeds vaker door paardeneigenaren gebruikt wordt is het gebruik van een graasmasker. Onderzoek uitgevoerd door Glunk et al. (2014) toonde aan dat paarden met een graasmasker om, tijdens deze studie 30% minder gras opnamen dan paarden zonder graasmasker. Het graasmasker zorgt ervoor dat het paard minder gras op kan nemen maar wel de mogelijkheid heeft om op de wei te staan 13. Studies waarbij graasmaskers zijn getest hadden maakte gebruik van weides waar het gras minimaal 8 cm en maximaal 20 cm hoog was 11,13. Als het gras te kort is komt het gras niet door het graasmasker heen waardoor het paard het gras niet goed kan afbijten. Gras dat langer is, blijkt met een graasmasker echter lastiger af te bijten en te kauwen dan korter gras. Daarnaast zijn er ook paarden die met een graasmasker helemaal niet gaan grazen of het moeilijk vinden om te drinken met het graasmasker op 14. Het is dus goed om het paard de eerste paar keer met een graasmasker in de gaten te houden om te voorkomen dat het paard erg lang zonder eten of drinken staat. Het graasmasker is er daarnaast ook niet voor gemaakt om de hele dag op te doen. Daarom kan ervoor worden gekozen om het graasmasker maar tijdelijk op te doen, zoals alleen tijdens de periodes wanneer het gras veel suiker bevat. Dit is onder andere een optie wanneer paarden bijvoorbeeld 24 uur per dag buiten staan op een grasweide. De kans is wel aanwezig dat wanneer het graasmasker af gaat het paard zoveel mogelijk gras in één keer op probeert te nemen en sneller gaat grazen 14. Een graasmasker is daarom een goede optie in combinatie met een ander graassysteem zoals stripgrazen om te voorkomen dat het paard toch ineens veel suiker binnen krijgt wanneer het masker af gaat.


Het is dus van belang om tijdens de overgang van de winter naar de lente de grasopname van het paard te reguleren om te veel suikeropname te voorkomen. Voornamelijk wanneer paarden veel binnen hebben gestaan tijdens de winter periode en nog geen toegang hebben gehad tot gras. Voor het reguleren van de grasopname zijn verschillende manieren mogelijk. Het is van belang dat wordt afgewogen welk systeem kan worden toegepast binnen de huisvesting van uw paard. Daarnaast heeft het tijdstip waarop het paard toegang heeft tot gras, ook veel invloed op de opname van suikerrijk gras. Goed management is daarom essentieel om gezondheidsklachten door het opnemen van suikerrijk gras te voorkomen.


Referenties

 

1.           Bott, R., Greene, E.A., Koch, K., Martinson, K.L., Siciliano, P.D., Williams, C., Trottier,

N.L., Burk, A., Swinker, A. (2013) Production and Environmental Implications of

Equine Grazing. Journal of Equine Veterinary Science, 33(12):1031-1043.

2.           Finno, C.J., Valberg, S.J. (2012) A Comparative Review of Vitamin E and Associated Equine Disorders. Journal of Veterinary Internal Medicine, 26(6): 1251-1266.

3.           Ragnarsson, S., Lindberg, J.E. (2010) Nutritional value of mixed grass haylage in

Icelandic horses. Livestock Science, 131(1):83-87.

4.           Harris, P., Bailey, S.R., Elliott, J., Longland, A. (2006) Countermeasures for Pasture-

Associated Laminitis in Ponies and Horses. The Journal of Nutrition, 136(7):2114-

2121.

5.           Kathryn, A., Watts, B.S., Chatterton, J. (2004) A Review of Factors Affecting

Carbohydrate Levels in Forage. Journal of Equine Veterinary Science, 24(2):84-86.

6.           Watts, K. (2010) Pasture Management to Minimize the Risk of Equine Laminitis.

Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 26(2):361-369.

7.           Dowler, L.E., Siciliano, P.D., Pratt-Phillips, S.E., Poore, M. (2012) Determination of

Pasture Dry Matter Intake Rates in Different Seasons and Their Application in

Grazing Management. Journal of Equine Veterinary Science, 32(2):85-92.

8.           Kenny, L.B., Burk, A., Williams, C.A. (2019) Managing Equine Grazing for Pasture

Productivity. Horse Pasture Management, 141-155.

9.           Longland, A.C., Barfoot, C., Harris, P.A. (2021) Strip-grazing: Reduces pony dry

matter intakes and changes in bodyweight and morphometrics. Equine Veterinary

Journal, 54(1):159-166.

10.         Cameron, A., Longland, A., Pfau, T., Pinnegar, S., Brackston, I., Hockenhull, J., Harris,

P.A., Menzies-Gow, N.J. (2022) The Effect of Strip Grazing on Physical Activity and

Behavior in Ponies. Journal of Equine Veterinary Science, 110: 1-31.

11.         Ince, J.C., Longland, A.C., Newbold, C.J., Harris, P.A. (2011) Changes in proportions

of dry matter intakes by ponies with access to pasture and haylage for 3 and 20

hours per day respectively, for six weeks. Journal of Equine Veterinary Science, 31(5-

6):283.

12.         Watts, K.A. (2004) Forage and Pasture Management for Laminitic Horses. Clinical

Techniques in Equine Practice, 3(1):88-95.

13.         Glunk, E.C., Scheaffer, C.C., Hathaway, M.R., Martinson, K.L. (2014) Interaction of

Grazing Muzzle Use and Grass Species of Forage Intake of Horses. Journal of

Equine Veterinary Science, 34(7):930-933.

14.         Longland, A.C., Barfoot, C., Harris, P.A. (2016) Efficacy of wearing grazing muzzles

for 10 hours per day on controlling bodyweight in pastured ponies. Journal of

Equine Veterinary Science, 45:22-27.

Commenti


bottom of page